'Ik heb eens een IBM van de trap gesodemieterd, terwijl dat toch een mooie
machine is,' vertelt ze niet zonder satisfactie en met een air van als je het doet
moet je het goed doen.
'Het gekke was dat mijn woede zich niet richtte op het meisje in kwestie, maar op het feit
dat hij het niet wilde toe geven. Hij zag dat niet zo. Nou, ik wel. Ik zag het aan
duizend dingen. En achteraf, toen ik weer bij zinnen was, dacht ik: wat zag ik
nou toch in godsnaam? De grap was dat hij zo ostentatief ontkende dat er iets was, dat ik
alleen door die toon al zeker meende te weten dat er wel wat was. En bovendien dacht ik
bij mezelf jij weet misschien niet wat je aan het doen bent, maar ik zie het wel! Onzin,
maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan als je eenmaal goed op dreef bent. |
|
Als je aanleg hebt voor jaloezie kun je altijd wel
een aanleiding vinden, en als er geen aanleiding is verzin je hem wel. Je bent
ziek. Ziek van het feit dat jij niet het middelpunt van de belangstelling bent,
maar een andere vrouw, en op zo'n moment is dat gruwelijk. Als gevoel is jaloezie het meest afschuwelijke dat ik ken,
een soort scherpe maagpijn. Het is een bijtende emotie waar je waarneming volledig door
beïnvloed wordt. En het ergste is misschien nog wel dat het zo'n onproduktieve aandoening
is, want je schiet er geen moer mee op. Wat dat betreft lijkt het op schuldgevoel, alleen
is schuld gevoel zeurderiger. Als je die emoties niet kunt omzetten in daden wordt het een
loodzware last, je kunt er geen kant mee op. |