EMMA BRUNT
in gesprek met
ANNIE M.G. SCHMIDT
Van publiciste en columniste Emma Brunt verscheen in 1986 het
boek
Jaloers - gesprekken over jaloezie
(de Arbeiderspers, Amsterdam).
Met toestemming van Emma Brunt geven we hier een deel van
haar gesprek met de schrijfster Annie M.G. Schmidt weer.

Annie M. G. Schmidt:
...en ik begreep
opeens dat zijn vrouw dat allemaal
heel zorgzaam had staan inpakken...
Annie M.G. Schmidt is een instituut, een soort
nationaal gebouw dat iedereen kent. Onaantastbaar. Ik kan me nauwelijks voorstellen dat
zo'n vrouw op iets of iemand jaloers zou kunnen zijn, want torent ze niet boven iedereen
uit? 'Ja hoor,' zegt ze, 'ik ben vreselijk jaloers, nou en of. Heel erg.' Ze lacht
relativerend, toegeeflijk, alsof ze niet alleen zich zelf, maar ook de rest van de
mensheid wil laten delen in haar coulantie.
'Jaloezie is natuurlijk erg vervèlend hé, je wilt het liever niet toegeven, want het
is banaal, kinderachtig en primitief. Dat citaat van Roland Barthes dat je me
stuurde slaat de spijker op de kop: een jaloers mens lijdt vier keer. Omdat hij jaloers
is, omdat hij zichzelf verwijt dat hij het is, omdat hij bang is de ander door zijn
jaloezie te kwetsen, en omdat het zo doodgewoon is wat hem overkomt. |
|
Ze
zegt: 'Als je man maar naar een ander kijkt is dat al niet te dulden, dan word je
ogenblikkelijk jaloers. Tenminste, ik wel. Ik heb eens om een man geworven die getrouwd
was toen we elkaar ontmoetten. Hij was gesetteld, had kinderen. Toen kreeg hij een
vriendin en moest kiezen. Als degene die de rol van de vriendin heeft -ik dus- vind je
natuurlijk dat hij weg moet bij die vrouw. Maar dat gebeurt niet, in ieder geval niet zo
snel als jij wel zou willen, en daar zit je dan. Altijd de vrouw in de schaduw.
En daar moet je dan nog begrip voor kunnen opbrengen ook, maar dat heb je niet in huis.
Zulk getouwtrek kan heel lang duren, jaren soms, en dan zijn er momenten dat de jaloezie
heel intens is. Ik was een en al tand en klauw in die tijd. Vreselijk. En waar gaat het
dan om? Soms om de gekste dingen. De poes bijvoorbeeld... |
|
|
|
| Hij
had thuis, met haar, een poes, en op een gegeven ogenblik werd die poes voor mij opeens
het symbool van getrouwd zijn. Waarom hebben wij geen poes? ga je dan stampvoeten. Waarom
kunnen wij nooit een poes hebben?!'
'Natuurlijk, je redeneert een beetje naar
jezelf toe hè? Dat doen alle partijen. Hij ook. Het begint er al mee dat zo'n man
je stante pede vertelt dat hij niet meer met zijn vrouw naar bed gaat. Dat hoort
erbij. Ik noem dat altijd de Grote Leugen, want het is niet echt waar dat
hij niks met haar heeft op erotisch gebied. Welnee. Als je die man hoort is het een gods
wonder dat er uit dat huwelijk nog een paar kinderen zijn voortgekomen! Kijk, als het een
aardige man is wil hij zijn vrouw niet katten. En eigenlijk wil hij het liefst helemaal
niet over haar praten. Maar als vriendin neem je daar geen genoegen mee, want je bent
nieuwsgierig, je wilt weten waarom hij bij jou is en niet bij haar. Je kijkt naar hem, en
aan zijn vermoeide gebaren meen je te kunnen afzien dat hij ontzettend genoeg heeft van
z'n vrouw. Maar dat is het niet helemaal hè? |
|
'Je
maakt jezelf van alles wijs. Ik herinner me een keer dat we naar Parijs waren gegaan, hij
en ik, in zo'n goedkoop hotelletje met veel bloemetjes op het behang. Hij was moe en lag
al in bed, terwijl ik nog even de koffer aan het uitpakken was. Ik deed het deksel open en
zag hoe keurig al zijn kleren waren opgevouwen en gerangschikt. Aan alles was gedacht. Er
zat een kaartje veiligheidsspelden in, een warme trui voor als het onverhoopt fris werd,
een extra paar sokken, een boekje om te lezen in het hotel... en ik begreep opeens dat
zijn vrouw dat allemaal heel zorgzaam had staan inpakken. Toen werd ik plotseling razend. Ik
heb dat koffertje naar het raam gedragen en het zo uitgekiept boven de binnenplaats van
het hotel. Schreeuwend! Mijn vriend zat met zulke grote schrikogen rechtop in
bed, en overal in de buurt gingen er lichten aan en hingen mensen over het kozijn om te
kijken wat er in gods naam aan de hand was. Na verloop van een paar minuten kwam er een
bellboy aankloppen met een arm vol manufacturen en die vroeg beleefd of dat soms van ons
was. "Nee," snauwde ik triomfantelijk, "dat is zeer beslist niet van
ons." De volgende morgen hebben we toen natuurlijk alles nieuw moeten kopen, maar dat
hinderde niet, want ik voelde me bij zonder tevreden en voldaan. Redelijkheid is mooi, dat
zou eigenlijk wel moeten, maar vechten en slaan lucht soms geweldig op.' |
|
|
|
| 'Jaloezie
in de liefde is niet het enige waaronder je kunt lijden, er is ook nog zo iets als jalousie
de métier, en ik veronderstel -vragenderwijs- dat een gevestigde auteur als
Annie M.G. Schmidt daar waarschijnlijk geen last (meer) van heeft. 'Ik ben vaak
jaloers op andere schrijvers,' zegt ze. 'Altijd. Nog steeds. Het doet er niet toe
dat ik heus wel weet wat ik kan, want anderen kunnen weer andere dingen dan ik en daarom
benijd ik ze. Renate Rubinstein benijd ik bijvoorbeeld, als ze iets heel mooi heeft
geformuleerd, of jou, en nog rissen andere mensen. Nee, ik noem liever geen namen, want
stel je voor dat ik nu zeg dat ik Blokker zo spits vind en volgende maand lees ik wat van
hem dat me helemaal niet bevalt, dan zit ik toch lelijk aan deze genoteerde en gedrukte
opinie vast. Ik ben overigens niet jaloers op iedereen die knap schrijft. Op Hugo Brandt
Corstius bijvoorbeeld weer niet, want dat staat te ver van me af, die scherpte ambiëer ik
niet, maar als iemand een liedje zou schrijven voor Conny Stuart dan zou ik wel degelijk
ontzettend jaloers worden. Dan denk ik dat kan ik beter! |
|
Op
de valreep, als ik al op het punt sta om weg te gaan, schiet me een opmerking te binnen
van een vriend. Ik vraag denk je dat jaloezie te maken zou kunnen hebben met de
angst voor de dood, als een ultieme vorm van de angst om verlaten te worden?
'Nee,' zegt ze beslist. 'Nee. Ik denk eerder dat het lijkt op de angst voor de ouderdom. Het gaat om de jaloezie van de boze fee die niet
uitgenodigd is voor het feest op het kasteel van Doornroosje. Al die anderen mochten
komen, maar zij niet. Als je ouder wordt komt de angst dat ze je niet leuk genoeg vinden
weer terug. Moeten we moeder dit jaar uitnodigen voor de feestdagen? Of kunnen we
eronderuit? Uit beleefdheid, of uit goeiigheid, word je dan misschien mee uitgenomen.
Soms. |
|
|
|
Met beroemdheid heeft dat niets te maken voor zover ik zie, dat helpt
niet. Integendeel misschien wel. Als ze reageren op je "beroemdheid" en je met
heilig ontzag gaan behandelen, dan wordt er iets onwerkelijks van je gemaakt. Je bent dan
bijgezet in een vitrine, in een museumpje. Ja hoor, je bent een goed mens, heel goed
zelfs. En daar zit je dan alleen, achter glas. Afgelopen. Dat is net zo goed een vorm van
buitengesloten worden als alle keren dat een man je vroeger heeft buitengesloten voor een
andere vrouw. Je verdriet is hetzelfde. Je voelt je onbelangrijk, onaantrekkelijk,
onzichtbaar. God ja, misschien heb je toch gelijk en is jaloezie inderdaad
verwant aan doodsangst, aan de angst om uitgewist te worden.' |

Links Annie M.G. Schmidt:
http://www.rijlaarsdam.demon.nl/anniemg.htm
http://www.schrijversnet.nl/schmidt.htm
|