![]() |
|
|
Jaloezie is volgens antropologe Margaret Mead © niet het onvermijdelijke produkt van de biologische noodzaak tot voortplanting. Sexuele gedragspatronen die tot jaloezie leiden in onze cultuur, zijn normaal in andere. De exclusief seksuele monogamie, zoals die in onze samenleving voorkomt is in cultuurvergelijkend perspectief heel uitzonderlijk.
Bepaalde gemeenschappen moedigen het aan om vrouwen uit
te lenen. Als een gast de vrouw van de gastheer verleidt en een affaire begint, heet het
dat de echtgenoot hoorntjes opheeft en kan hij jaloers gedrag ontwikkelen.
Maar, bij de Eskimos waar het uitlenen van vrouwen aan elkaar regel is, wordt er
niet achter de rug van de gastheer gelachen cornu.
Volgens Mead
gaat het erom wat voor sociaal-culturele Opmerkelijk is dat iedere samenleving waar buitenechtelijke liaisons zijn toegestaan, deze op één of andere manier specificeert en beperkt. Er is nooit sprake van een absolute vrijheid voor iedere man of vrouw om met wie dan ook seksuele relaties aan te knopen. Het ontwikkelen van jaloezie is verbonden met het geschonden worden van het ego, de reputatie, de eigenwaarde en het zelfvertrouwen. Al naar gelang de cultuur kan dit dus door heel verschillende oorzaken komen. M.a.w. als een man voelt dat zijn reputatie als succesvolle haremleider in het geding is, kan jaloezie het resultaat zijn. De middeleeuwse kruisvader die zo weinig om zijn kasteelvrouwe gaf, dat hij vergat haar kuisheidsgordel te vergrendelen, zou te weinig om zijn vrouw geven. Terwijl de echtgenoot in de vijftiende eeuw die de praktijk van de kuisheidsgordel in stand houdt, gebrandmerkt wordt als een jaloers monster.
Jan Verhulst © noteert in zijn boek het volgende.
Bij de Banaro in
Nieuw Guinea De Chukchee in Siberië houden er een soortgelijke traditie op na: ze maken met de mannen uit andere dorpen afspraken over het wederzijds uitlenen van hun vrouw. Bij de Toda (Zuid-India) mogen zowel de man als de vrouw vrijelijk seksueel verkeer hebben met anderen, mits daarvoor bij alle partijen overeenstemming bestaat.
Bij de Lesu in Melanesië is het gebruikelijk dat de minnaar van de vrouw haar geschenken geeft die zij vervolgens aan haar man doorgeeft. Jaloezie lijkt geen enkele rol te spelen, als de geschenken maar gegeven worden. Bij de Bena-stam in Afrika betekent een huwelijk weliswaar seksuele exclusivieit, maar beide echtelieden gaan vreemd bij het leven: ze zien dat als een spel. In geval van ontdekking krijgt de overspelige een flinke uitbrander, maar daar is de kous dan ook mee af. Bij de Kaka is het heel gewoon als de neef seksueel verkeer heeft met de vrouw van de oom. Als een man erachter komt dat zijn vrouw seksueel verkeer heeft gehad met een andere man, dan zoekt hij eerst uit of die andere man een neef is. Is dat het geval, dan is er niets aan de hand: er is geen enkele bedreiging voor het gevoel van eigenwaarde of voor de relatie.
Woede is dan de meest voorkomende emotie, gevolgd door vrees, angst, depressie. Dezelfde emoties dus die we in onze Westerse cultuur zien optreden. * Dit fragment komt uit "Jaloezie, het groene monster" van Jan Verhulst. Met dank voor toestemming tot overname.
|